De ontdekking van het lichaam: menselijke dissectie en haar culturele contexten in het oude Griekenland

In de eerste helft van de derde eeuw v. Chr. waren twee Grieken, Herophilus van Chalcedon en zijn jongere tijdgenoot Erasistratus van Ceos, de eerste en de laatste antieke wetenschappers die systematische dissecties van menselijke kadavers verrichtten. Naar alle waarschijnlijkheid voerden zij ook vivisecties uit op veroordeelde misdadigers. Hun anatomische en fysiologische ontdekkingen waren buitengewoon. Het unieke karakter van deze gebeurtenissen vormt een intrigerend historisch raadsel. Dieren waren ontleed door Aristoteles in de vorige eeuw (en gedeeltelijk ontleed door andere Grieken in eerdere eeuwen), en later, Galen (tweede eeuw na Christus) en anderen ontleedden weer systematisch talrijke dieren. Maar geen enkele antieke wetenschapper schijnt ooit de systematische ontleding van mensen te hebben hervat. Dit artikel onderzoekt, ten eerste, de culturele factoren – waaronder de traditionele Griekse houding tegenover het lijk en de huid, ook zoals die tot uiting komt in de Griekse heilige wetten – die systematische dissectie van mensen in bijna de gehele Griekse oudheid, van de pre-Socratische filosoof-wetenschappers van de zesde en vijfde eeuw v. Chr. tot de vooraanstaande Griekse artsen van het latere Romeinse Rijk, mogelijk hebben verhinderd. Ten tweede wordt de uitzonderlijke constellatie van culturele, politieke en sociale omstandigheden in het vroege Alexandrië geanalyseerd, die Herophilus ertoe aangezet zou kunnen hebben om de druk van culturele tradities te overwinnen en een begin te maken met systematische dissectie van mensen. Tenslotte onderzoekt het artikel mogelijke redenen voor de mysterieuze abrupte verdwijning van systematische menselijke dissectie uit de Griekse wetenschap na de dood van Erasistratus en Herophilus.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.